Mobility Mentoring® in Hoogeveen als vliegwiel voor inrichting sociaal domein

“Hoogeveen gaat aan de slag met baanbrekende aanpak in het sociaal domein”, kopte de gemeente Hoogeveen vorige maand naar aanleiding van hun start met de pilot Mobility Mentoring. De gemeente voert de pilot uit samen met stichting Welzijnswerk Hoogeveen en de GKB Drenthe. Met een looptijd van een jaar, richten zij de aanpak in eerste instantie op inwoners met financiële problemen die ook op andere leefgebieden problemen ervaren. Er wordt ingezet op minimaal 60 deelnemers. We interviewden Yvonne Wiltjer projectleider en adviseur Sociaal Domein bij Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen over hun plannen. “We willen de pilot gebruiken om te ervaren hoe Mobility Mentoring® een vliegwieleffect kan hebben op de inrichting van het sociaal domein.”

Wat willen jullie bereiken met de pilot Mobility Mentoring®?
“Tijdens de pilot gaan 15 professionals met minimaal 60 inwoners aan de slag met Mobility Mentoring®. We willen bereiken dat inwoners met meerdere sociale problemen uit een vicieuze cirkel komen en blijven. We gaan daarbij voor een duurzaam resultaat. Ook willen we de pilot gebruiken om te ervaren hoe deze aanpak een vliegwieleffect kan hebben op de inrichting van het sociaal domein. Daarbij wordt gedacht aan een brede integrale intake aan de voorzijde van het sociaal domein. Ons uitgangspunt daarbij is een integrale blik op de huidige situatie van de inwoner aan de voorkant.

De inwoners die gevraagd worden om deelnemer te worden in de pilot, hebben op meerdere levensdomeinen een hulpvraag. Dat betekent dus op meerdere pijlers van de Brug naar Zelfredzaamheid®. Er is in elk geval financiële problematiek. Zowel inwoners die al door de gemeente Hoogeveen of de Stichting Welzijnswerk ondersteuning krijgen, als inwoners die nieuw instromen, kunnen deelnemen aan de pilot. Juist bij inwoners die al ondersteuning krijgen kan deelname aan de pilot een nieuwe stimulans of impuls zijn. Het kan ook medewerkers helpen die vast zitten bij de begeleiding van hun huidige cliënten. De projectgroep van de pilot bestaat uit medewerkers van de gemeente Hoogeveen én de Stichting Welzijnswerk Hoogeveen. Hierdoor ontstaat automatisch een situatie waarin zij veel van elkaar leren en ervaringen met elkaar uitwisselen. Deze kennis zal van meerwaarde zijn voor de gehele ondersteuning van de inwoners en de samenwerking in de keten.”

Er is al veel kennis aanwezig binnen de regio, hoe maken jullie daar gebruik van?
“In september 2018 bezochten we het Mobility Mentoring® congres van Platform31 in Utrecht. In aanloop daar naartoe hebben we contact gehad met de gemeente Midden-Groningen die net met de pilot ‘Stressvrij’ gestart was. Vanuit dat contact vroegen we aan andere gemeenten in het noorden van Nederland of er interesse is om een aantal keren per jaar gezamenlijk om tafel te gaan zitten en ervaringen uit te wisselen. Dat kreeg een plek in het ‘Regio Overleg Mobility Mentoring®-Noord’. In dat regio-overleg zijn onder andere de gemeenten Loppersum, Midden-Groningen, Groningen, Súdwest Fryslân, Emmen, Delfzijl, Stichting Welzijnswerk Hoogeveen en GKB betrokken. Deze groep komt op informele wijze bij elkaar. Daarbij staat altijd de overkoepelende aanpak stress-sensitieve dienstverlening centraal, waarvoor Mobility Mentoring® het handvat is. De deur staat open voor andere organisaties om aan te sluiten.

Verder heb ik eind 2018 contact opgenomen met de Hanzehogeschool Groningen of onderzoek mogelijk is. Dit is in gang gezet in samenwerking met de Hogeschool Utrecht (die al onderzoek doet in Alphen aan den Rijn) zodat de basis van het onderzoek landelijk zoveel mogelijk gelijk is. Op 22 mei is het onderzoeksvoorstel definitief vastgelegd. Dit geeft andere gemeenten en organisaties de mogelijkheid om via de Hanzehogeschool Groningen onderzoek te laten doen naar de effecten en resultaten van het inzetten van Mobility Mentoring. Ook leuk om te vermelden is dat binnen pilot van de gemeente Hoogeveen en de pilot van de gemeente Midden-Groningen per 1 mei twee studentes van de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening van de Hanzehogeschool Groningen gaan afstuderen. Onderdeel daarvan is het uitvoeren van het bovengenoemde onderzoek.”

Hoe hebben jullie de pilot voorbereid?
“De pilot is officieel gestart op 11 april 2019. De voorbereidingen hebben enige tijd in beslag genomen. In 2017 zijn de gemeente Hoogeveen en de Stichting Welzijnswerk Hoogeveen in aanraking gekomen met Mobility Mentoring® door een presentatie van Nadja Jungmann, Lector Schulden en Incasso van de Hogeschool in Utrecht. Beide organisaties waren zodanig geraakt dat zij aan Platform31 hebben aangegeven daar ze daar nader mee kennis wilden maken. In juli 2018 heeft een groep professionals van de Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen en Stichting Welzijnswerk Hoogeveen de Mobility Mentoring®-training gevolgd. Per september 2018 ben ik als projectleider aangehaakt en de periode daarna hebben we gebruikt om onderzoek te doen (binnen en buiten de organisatie) en in november zijn wij meegegaan met de studiereis naar Boston. Op basis van dit onderzoek en na intern overleg en met de Stichting Welzijnswerk Hoogeveen is de projectopdracht definitief geformuleerd, waarna medio december 2018 het Plan van Aanpak gereed was. Vervolgens heb ik In januari van dit jaar de tijd genomen om voorlichtingen over de pilot binnen het sociaal domein te geven. Ook de backoffices heb ik hierin meegenomen. Ook bij de Stichting Welzijnswerk Hoogeveen is interne voorlichting geweest over de voorgestelde aanpak van de pilot.

In februari was de project startup van het projectteam. Die hebben we af laten trappen door de wethouder, de eenheidsmanager, het afdelingshoofd en de directeur van het welzijnswerk. Daarmee hebben we aangetoond dat de pilot bestuurlijk en organisatorisch gedragen wordt. De projectgroep is wekelijks bij elkaar gekomen tot de start van de pilot op 11 april. Doel daarvan was het bespreken van de aanpak, het voorbereiden van de pilot door gezamenlijk te besluiten hoe we de Brug, het Doel-Actieplan, de waarderingen inzetten en hoe we de lay-out aan gaan passen. Ook is er een driedaagse training Stress Sensitieve Dienstverlening gevolgd met daarin ruimte voor oefenen met de Brug en de motiverende gesprekstechniek. Uiteindelijk is er op basis daarvan een werkinstructie opgesteld die als handvat voor de pilot dient. Daarin staat het hoe, wat en gemaakte afspraken over de diverse onderdelen.”

Hoe hebben jullie collega’s gestimuleerd om mee te doen aan de pilot?
“Door het geven van interne voorlichting ben ik op zoek gegaan naar collega’s binnen het sociaal domein die nu deel uitmaken van de projectgroep. Dit deed ik in overleg met de leidinggevenden en daardoor besefte de lijnorganisatie dat het meewerken aan een pilot de betrokken professionals extra tijd kost. Ook zorgt het ervoor dat het benodigde commitment daardoor geregeld is. Om ervoor te zorgen dat eventuele krapte qua tijd bij de collega’s snel op te lossen is, is er via de eenheidsmanager een budget gereserveerd voor opvang tijdelijke formatie. De verwachting is dat het ondersteunen van inwoners volgens de Mobility Mentoring® principes iets meer tijd kost, dus het is belangrijk dat medewerkers die ruimte ook voelen en krijgen.Bij het werven van de collega’s hebben we erop gelet dat het zogenaamde ‘toppers’ zijn, met een brede horizon en in het bezit van een flinke gereedschapskoffer. Deze medewerkers hebben namelijk ook de rol van ambassadeur van het gedachtegoed.”

Hoe zorg je voor samenwerking in de keten?
“Het is ook belangrijk dat vrijwilligersorganisaties, de kredietbank en andere organisaties in de keten worden meegenomen in het gedachtegoed van de effecten van stress en Mobility Mentoring®. De effecten van stress worden steeds meer gedeeld en herkend. Het is belangrijk dat dit wordt meegenomen in de dienstverlening, zodat de inwoners niet nog meer stress krijgen. Ik geef bijvoorbeeld voorlichtingen en workshops. Ik kijk uit naar de tijd dat we collega’s uit de pilot mee kunnen nemen om hun ervaringen vanuit de praktijk te laten delen.”

Hoe zetten jullie de coaches in?
“De collega’s die in de pilot meewerken kunnen in de praktijk twee rollen hebben. Als ze een inwoner in de pilot Mobility Mentoring® begeleiden hebben ze een coachende rol. Daarnaast kunnen ze ook nog hun reguliere rol binnen het sociaal domein hebben. De pilotmedewerkers komen vanuit het brede sociaal domein, hun reguliere functies variëren van werkcoach, Wmo-consulent, thuiscoach, regiecoach, Consulent Schuldhulpverlening, Accountmanager sociale zaken en maatschappelijk werker. De pilot gaat input leveren voor de ontwikkelingen in het sociaal domein. We zijn benieuwd naar het verschil daartussen. Het onderzoek vanuit de Hanzehogeschool Groningen is onder andere daarop gericht.”

Hoe leren jullie gedurende de pilot?
“De training Stress Sensitieve Dienstverlening hebben wij echt gezien als eerste stap. We leren verder in de praktijk door de aanpak toe te passen. Hierbij zijn we continu scherp op wat we tegenkomen en hierover denken we gezamenlijk na. We zijn ook scherp op de randvoorwaarden voor de organisatie. Komen we iets tegen wat lastig lijkt, dan gaan we het regelen. Deze doorontwikkeling geven we onder meer vorm via intervisiebijeenkomsten. We doen dit nu nog wekelijks. De collega’s die meedoen aan de pilot zijn daarvoor verdeeld over twee groepen. De ene week de ene groep, de andere week de andere groep. Daarnaast hebben we een keer per vier weken projectgroep overleg. Daarin bespreken we output vanuit de intervisie en kijken we waar werkprocessen en dergelijke in de organisatie issues geven.

Daarnaast hebben we naar Bostons voorbeeld supervisors aangewezen. Een van de collega’s is vraagbaak voor de rest. Zowel bij Stichting Welzijnswerk Hoogeveen en de gemeente hebben we collega’s die supervisor zijn. Zij begeleiden ook de intervisie die hiervoor beschreven is. Als we wat langer bezig zijn, willen we deze begeleidingsrol van de intervisie gaan rouleren.”

Gaan jullie waarderingen inzetten en zo ja, hoe?
“Ja, we hebben er voor gekozen om bij de pilotdeelnemers waarderingen in te zetten. We hebben uitgangspunten voor de waarderingsstructuur afgesproken. Door deze uitgangspunten krijgen de collega’s zelf de ruimte om in te schatten wat voor de bewuste deelnemer een trigger is en waar de waardering het meeste effect zal hebben.

Om toch een bepaalde basis van doelen/acties per pijler te hebben, is er een overzicht gemaakt van doelen die we willen waarderen per pijler van de Brug. De pilotmedewerkers kunnen hiervan gebruik maken als ze de indruk hebben dat dit het gewenste effect bij de deelnemer op kan leveren. Je kunt het vergelijken met een automatieksysteem bij de snackbar. Enkele vakjes hebben we gevuld met te waarderen doelen/acties en als daar iets tussen zit dat bij de deelnemer past, trek je dat vakje open. En als er niets bij ligt voor die inwoner, dan hebben we een leeg vakje dat naar keuze gevuld kan worden. We waarderen bij voorkeur alleen op triggers die voor de deelnemer werken. Hierbij gaat het erom hoe goed de professional de inwoner kan inschatten. Wat aan welke inwoner wordt gegeven wordt geregistreerd en in december tijdens de tussentijdse evaluatie geëvalueerd. Nadat het Doel-Actieplan met de deelnemer is ingevuld, wordt gecommuniceerd of diegene een waardering daarvoor kan krijgen.”

De pilot loopt nu ruim een maand en er zijn zeven deelnemers, zijn er al voorzichtige ervaringen?
“Het is natuurlijk nog pril om uitspraken over de pilot te doen. Maar wat ik wel al kan zeggen is dat de collega’s aangeven dat het bruggesprek voeren vrij intensief is, maar dat er nu al zaken ter sprake komen die op de vorige manier niet ter sprake zouden zijn gekomen. Vooral de samenhang tussen de pijlers van de Brug naar Zelfredzaamheid® is hier een goed voorbeeld van. Ook kwam het gesprek automatisch op te stellen doelen, daarvan is de deelnemer zich dan niet eens bewust. Een inwoner zei al na het eerste gesprek: “Het was een fijn gesprek, je hebt echt naar me geluisterd, ik kreeg opties en ik kon zelf een keuze maken. Dat heb ik als erg prettig ervaren.”

Welke tips heb je voor andere organisaties die met Mobility Mentoring® aan de slag willen?
“Het is belangrijk dat Mobility Mentoring® niet wordt gebracht als hype of toverstokje. Integreer het goed in de dienstverlening, voor een langere tijd. Neem ook vooral genoeg tijd om onderzoek te doen naar hoe Mobility Mentoring® bij de huidige dienstverlening past en voor het schrijven van een goed implementatieplan. Aan te raden is om een projectleider in te zetten die verantwoordelijk is voor de implementatie. Een projectleider die het gewend is om nieuwe aanpakken te onderzoeken en te implementeren. En die het, regelmatig aanwezige, gat tussen beleid en uitvoering kan dichten. Tevens is er (politieke) sensitiviteit nodig, zodat diegene kan schakelen tussen alle verschillende lagen en werkzaamheden die komen kijken bij projectleiderschap. Eigenlijk een schaap met vijf poten. Het is een dynamische klus, waar vrij veel energie en tijd in gaat zitten qua voorbereiding.

Het is een ontdekkingsreis waarin we ervaren hoe het is om op deze manier de deelnemers te begeleiden. Tegelijkertijd is het ook een ontdekkingsreis voor jezelf. Door deze inzichten en deze nieuwe manier van werken, doet dat iets met je. Je kan daarvan onzeker worden, super enthousiast en groeien in je kennis en kunde. Als gemeenten willen dan zijn zij welkom om aan te sluiten op het onderzoek van de Hanzehogeschool en het Regio Overleg Mobility Mentoring®-Noord.”

Yvonne Wiltjer

Wil je meer informatie over deze pilot? Neem dan contact op met Yvonne Wiltjer via y.wiltjer@dewoldenhoogeveen.nl. Wil je meer informatie over Mobility Mentoring®? Neem dan contact op via info@mobilitymentoring.nl.

Lees meer over de pilot in Hoogeveen:
Nieuws: Gemeente Hoogeveen start met pilot Mobility Mentoring®

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*

*