Elisabeth Babcock van Mobility Mentoring: ‘Hersenen kunnen herstellen van armoedestress’

Hersenwetenschap laat zien dat financiële stress ervoor zorgt dat executieve functies van de hersenen worden belemmerd. Mensen in stressvolle situaties kunnen minder goed overzicht houden, relativeren en oplossingen bedenken. Echter: wanneer de stress wordt verminderd, kunnen de hersenen zich herstellen.

Door Sterre ten Houte de Lange, Sociale Vraagstukken
 
Elisabeth Babcock is CEO van social work-organisatie Economic Mobility Pathways (EMPath) in Boston US. EMPath ontwikkelde Mobility Mentoring, een hulpverleningsprogramma om mensen uit de financiële problemen te helpen, gebaseerd op deze hersenwetenschap. Babcock promoveerde op non-profit-strategieën aan Harvard University. Mobility Mentoring is een Amerikaans programma, maar wordt nu ook in Nederland ingezet. Sociale Vraagstukken interviewde Babcock op 20 september jl. tijdens het congres van Mobility Mentoring in Utrecht, georganiseerd door Platform31.
 
Wat is Mobility Mentoring?
‘Mobility Mentoring is een hulpverleningsmethode gericht op armoedebestrijding. Het start vanuit de wetenschap dat de hersenen minder goed gaan functioneren op het moment dat iemand in de (financiële) stress zit. Juist dingen als plannen, doelen stellen, alternatieve oplossingen onderzoeken en overzicht houden – zogenoemde executieve hersenfuncties – gaan sterk achteruit in stressvolle situaties.’
 
‘Door stressvermindering, door stukje bij beetje het overzicht terug te krijgen en door de ervaring van successen kunnen de hersenen zich herstellen. Het Mobility Mentoring-programma leert coaches deze hersenprocessen te begrijpen en gebruik te maken van die kennis ten behoeve van mensen in armoede.’
 
Hoe verschilt Mobility Mentoring van ‘gewone’ hulpverlening?
‘Bij de oude manier van hulp verlenen zegt een hulpverlener: “Jij hebt dit probleem. Doe wat ik zeg en je problemen worden opgelost.” Bij Mobility Mentoring vráág je de participant: “Wat is volgens jou jouw probleem?”’
 
Maar juist in stressvolle situaties kunnen mensen niet helder nadenken. Hoe kan iemand in ernstige financiële problemen antwoord geven op die vraag?
‘Doordat we het gestructureerd en stap voor stap aanpakken. We hebben bijvoorbeeld een schema met daarop acht leefgebieden: wonen, gezin, gezondheid, sociaal netwerk, schulden, spaargeld, opleiding, inkomen. Per gebied geeft de cliënt aan waar hij staat. Heeft iemand een woning? Is dat een huurhuis dat hij amper kan betalen of past de huur prima bij zijn inkomen?’
 
‘Als we dat hele schema hebben ingevuld, kijkt de coach met de cliënt wat hij wil veranderen. Vervolgens werken we gestructureerd en in stappen aan het herstel.’
 
Hoelang duurt het herstel?
‘We zien al progressie na een paar maanden. Uiteindelijk kan het zo’n tien jaar duren om de schade aan de hersenen te herstellen en een gezond functionerend brein te krijgen. Wij werken het liefst vijf jaar met een gezin of een casus. Dan zijn de betrokkenen voldoende op weg geholpen om de rest zelf te doen.’
 
Vijf jaar is een uitzonderlijk lange tijd. Wie betaalt er voor zulke langdurige trajecten?
‘Inmiddels hebben we de overheid van acht staten zover gekregen om de hele hulpverlening daar te organiseren. Ook zijn wij betrokken bij City rebuilding-projecten. Daarbij worden nieuwe wijken gebouwd waarin mensen met hoge en lage inkomens door elkaar wonen. Wij doen de hulpverlening van alle gezinnen in de hele wijk. Maar ook wij zijn kleinschalig begonnen. Met een paar maanden.’
 
‘De reden dat wij zover zijn gekomen, is dat we data hebben verzameld. De gezinnen die we voor het eerst geholpen hebben, hadden binnen vijf jaar hun inkomen verdubbeld. Zij verdienen nu genoeg om hun eigen huis te kópen. Normaal blijft dit soort gezinnen hun hele leven in de sociale huur wonen. Door onze hulp gaan ze uit die huizen en kunnen er weer nieuwe gezinnen in. De overheid kan dus ineens met dezelfde huizen twee keer zoveel gezinnen helpen.’
 
‘Maatschappelijke organisaties zeggen vaak dat data verzamelen moeilijk is. Dan moeten ze systematisch gaan werken. Data en concrete resultaten zijn de sleutel tot het overtuigen van overheden – je financiers.’
 
Is dat de reden dat het uitgangspunt armoede is? Groei in inkomen en vermindering van schulden na jullie hulp is te meten in harde cijfers.
‘Wij beginnen bij armoede omdat ik ervan overtuigd ben dat armoede al het andere creëert. Mensen in armoede zijn minder gezond, hebben minder goede huizen en minder hoge opleidingen en hebben vaker geen werk.’
 
Daartussen is inderdaad een bewezen verband, maar hoe weet je dat het armoede is die dit veroorzaakt?
‘Armoede zorgt voor stress. Stress zorgt voor hersendruk en hersendruk leidt ertoe dat andere leefgebieden minder soepel lopen. Er is lang gedacht dat mensen een lager IQ hebben omdat ze zo geboren zijn, maar uit recenter onderzoek blijkt dat IQ een momentopname is van iemands geschiedenis. Hoe goed je kunt leren, is heel erg afhankelijk van je leefomstandigheden en van hoe veel of hoe weinig stress je hebt. Als je als kind altijd in armoede hebt geleefd, ontwikkel je een minder goed functionerend brein.’
 
‘Het mooie hieraan is dat je hersenen plastisch zijn. Ze kunnen veranderen. Ook op latere leeftijd kun je vastgeroeste denkpatronen veranderen. We hoeven niet te verwachten dat iedereen een Einstein of een Steve Jobs wordt, maar als de mogelijkheid wordt geboden, kan iedereen zelfvoorzienend worden. Extreme gevallen uitgezonderd.’
 
Armoede is relatief ten opzichte van de maatschappelijke standaard. Het is onoplosbaar. Toch lijkt deze aanpak het oplossen van armoede als ambitie te hebben.
‘Ik ga de armoede in de wereld niet oplossen. Dat is ook niet mijn ambitie. Ik wil graag dat er meer economische mobiliteit mogelijk wordt.’
 
‘Nu is het zo dat slechts een op de zes mensen in armoede de kans heeft om in de top van de meest verdienende Amerikanen terecht te komen. Iemand onder aan de samenleving heeft een kans van een op vier om in het midden te komen. Andersom werkt het ook zo. Iemand die met zijn inkomen aan de bovenkant zit, heeft een kans van een op vier om in het midden uit te komen, en een op zes kans om aan de onderkant terecht te komen.’
 
‘De verdeling is nu heel veel mensen in armoede, en een paar mensen met heel veel geld. Ik zou graag weer een grotere middenklasse hebben.’
 
Deze aanpak is heel individueel gericht. Het probleem met armoede is een systeemprobleem. Socioloog Marguerite van den Berg noemt op deze site die individuele aanpak weinig ambitieus.
‘Dat is niet het enige wat ik doe. Ik praat ook met grote bedrijven, zoals Amazon en Wallmart, over waarom ons programma nuttig is voor hen. Zij kunnen geen werknemers vinden die hoog genoeg zijn opgeleid. Dat komt, leg ik hun uit, omdat de mensen die voor hen zouden kunnen werken niet goed genoeg functioneren omdat ze in een financiële stress-situatie zitten. Als deze bedrijven beter betalen, dan kunnen hun werknemers (financieel) voor hun gezin zorgen. Dan zullen ze minder stress ervaren en productiever zijn op hun werk.’
 

Dit artikel verscheen eerder in Sociale Vraagstukken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

*

*